Een publiek geldstelsel
Van private geldschepping naar democratisch beheerd geld. Een stelsel waarin geld veilig kan worden bewaard, krediet werkelijk risico draagt en economische groei een keuze wordt — geen impliciete systeemvoorwaarde.
Geld is publieke infrastructuur. Krediet is een private, vrijwillige risicoactiviteit.
Het huidige geldstelsel is een ontwerp, geen natuurwet
De meeste mensen beschouwen geld als iets dat er eenvoudigweg is. Achter die vanzelfsprekendheid bevindt zich echter een institutioneel ontwerp waarin commerciële banken bij kredietverlening nieuw giraal geld creëren.
Dat ontwerp kan anders. BeterGeld stelt voor om maatschappelijk betaalgeld los te maken van private kredietverlening. Alleen een publieke Monetaire Autoriteit creëert nieuw algemeen betaalgeld. Banken blijven bestaan, maar kunnen alleen geld uitlenen dat iemand werkelijk en vrijwillig aan hen beschikbaar heeft gesteld.
Geld hoeft niet door goud of onderpand te zijn gedekt
Een veelgestelde vraag bij publiek geld is: waar wordt dat geld dan door gedekt? Het korte antwoord is dat geld geen intrinsieke dekking nodig heeft om als geld te functioneren.
Een biljet van vijftig euro is als stukje papier vrijwel niets waard. Het heeft waarde omdat mensen, bedrijven en overheden het accepteren in ruil voor goederen, arbeid en diensten. Geld is daarmee in de eerste plaats een maatschappelijk erkende rekeneenheid en betaalafspraak.
De werkelijke basis onder geld is het vermogen van de samenleving om iets voort te brengen. Mensen werken, bedrijven produceren, boeren verbouwen voedsel, energie wordt opgewekt, artsen behandelen patiënten, kennis wordt ontwikkeld en infrastructuur wordt onderhouden.
Dat betekent niet dat onbeperkt geld kan worden gecreëerd. Wanneer de totale geldhoeveelheid veel sneller groeit dan wat een economie kan leveren, ontstaat te veel koopkracht tegenover te weinig productie. Dan daalt de waarde van geld.
In die zin is de beste ‘dekking’ van geld een goed functionerende samenleving én een monetair stelsel dat ervoor zorgt dat de hoeveelheid geld blijft passen bij haar reële productiecapaciteit.
€1 is geen stukje goud. Het is een aanspraak op een klein deel van wat onze samenleving kan voortbrengen.
Geld en schuld zijn met elkaar vervlochten
Een banklening creëert een banktegoed
Wanneer een commerciële bank bijvoorbeeld een hypotheek van €300.000 verstrekt, wordt doorgaans tegelijkertijd een vordering van €300.000 op de kredietnemer en een nieuw banktegoed van €300.000 geboekt. Dat tegoed kan onmiddellijk als betaalgeld worden gebruikt.
+ €300.000
Hypothecaire vordering op de kredietnemer.
+ €300.000
Nieuw giraal banktegoed voor de klant.
Bij aflossing gebeurt in essentie het omgekeerde: banktegoed en bankschuld nemen af. Het met de lening ontstane girale geld verdwijnt weer. Rente vormt een inkomensstroom naar de bank en kan via salarissen, leveranciers en andere uitgaven terugkeren in de economie.
Krediet bepaalt waar nieuw geld het eerst terechtkomt
Nieuw giraal geld komt in het huidige stelsel daar in omloop waar banken voldoende rendement en zekerheid verwachten. Banken maken daarmee niet alleen een kredietbeslissing; zij hebben indirect ook invloed op de eerste bestemming van nieuw gecreëerde koopkracht.
Omdat private bankverplichtingen tegelijk ons dagelijkse geld zijn, kunnen kredietproblemen uiteindelijk ook het betalingsverkeer en publieke stabiliteit raken. Rond banken is daarom een omvangrijk vangnet ontstaan van toezicht, kapitaaleisen, liquiditeitsregels, centrale-banksteun, resolutieregimes en depositogarantie.
Een Monetaire Autoriteit bewaakt de geldhoeveelheid
In BeterGeld heeft uitsluitend een publieke Monetaire Autoriteit — de MA — de bevoegdheid algemeen betaalgeld te creëren of uit roulatie te nemen.
De MA heeft één primair monetair doel: de waarde van geld op langere termijn zo stabiel mogelijk houden. Zij kiest geen politieke projecten en bepaalt niet welke sector ‘belangrijk’ is. Zij stelt vast hoeveel monetaire ruimte de economie heeft.
Hoeveel?
Bepaalt hoeveel geld kan worden toegevoegd of verwijderd op basis van openbare gegevens over prijsontwikkeling, vraag en productiecapaciteit.
Waarvoor?
Bepaalt waaraan nieuwe publieke monetaire ruimte wordt besteed en hoe een noodzakelijke onttrekking wordt verdeeld.
Wanneer de MA vaststelt dat de geldhoeveelheid kan groeien, kan nieuw publiek geld zonder private rentelast beschikbaar komen voor de democratische begroting. Via publieke uitgaven, leveranciers, lonen of andere democratisch gekozen routes komt het in omloop.
Wanneer juist te veel geld tegenover de beschikbare productie staat, moet geld ook uit roulatie kunnen worden genomen. Een geloofwaardig publiek geldstelsel kent dus zowel een gaspedaal als een rem.
Iedereen krijgt toegang tot een risicoloze publieke betaal- en bewaarrekening
Wie geld uitsluitend wil bewaren en gebruiken voor betalingen, hoeft daarvoor geen kredietrisico bij een commerciële bank te lopen. Burgers en ondernemingen kunnen publiek geld aanhouden op een rekening bij een publieke bewaarinstelling of via vergelijkbare publieke infrastructuur.
De uitvoerende instelling mag dat tegoed niet uitlenen, ermee beleggen, speculeren of het als onderpand gebruiken voor eigen activiteiten. Zij administreert en beveiligt het geld, maar neemt er geen financieel risico mee.
Daarmee wordt een basisfunctie van geld weer letterlijk mogelijk: vermogen veilig bewaren zonder dat iemand gedwongen wordt het ter beschikking te stellen aan een commerciële financiële onderneming.
Banken lenen alleen geld uit dat iemand werkelijk beschikbaar stelt
Banken blijven nuttig voor kredietanalyse, risicobeoordeling, hypotheekverlening, bedrijfsfinanciering en vermogensbemiddeling. Maar zij kunnen geen nieuw maatschappelijk betaalgeld creëren door een lening te verstrekken.
Wie rendement wil ontvangen, kan vrijwillig publiek geld aan een bank of andere kredietinstelling beschikbaar stellen. Dat geld krijgt een looptijd, een vergoeding en een expliciet risico.
Publieke rekening
Direct beschikbaar. Geen kredietrisico. Geen noodzaak tot rendement om alleen het geld te bewaren.
Krediet- of investeringsrekening
Geld wordt voor een afgesproken termijn beschikbaar gesteld. Rendement is mogelijk, verlies ook.
Er kunnen verschillende typen banken ontstaan. Een zeer conservatieve hypotheekbank kan relatief veilig financieren en daardoor een lage vergoeding bieden. Een bank die risicovolle projecten financiert zal een hogere vergoeding moeten bieden om geldgevers te overtuigen.
Daar hoort transparantie bij. Wie geld aantrekt, moet duidelijk maken waarin het wordt geïnvesteerd, welke verliezen mogelijk zijn, welke looptijd geldt, welke buffers bestaan en wat bij faillissement gebeurt.
Waarom het depositogarantiestelsel kan verdwijnen
In het huidige stelsel houden burgers hun dagelijkse geld als vordering op commerciële banken aan. Omdat vrijwel iedereen zo'n rekening nodig heeft, bestaat een depositogarantiestelsel om een deel van het risico van een bankfaillissement bij de rekeninghouder weg te nemen.
BeterGeld verandert de uitgangssituatie. Wie geen kredietrisico wil, kan zijn geld volledig buiten een commerciële kredietbank houden. Wie geld aan een bank verstrekt voor rendement, kiest daar bewust voor en accepteert het bijbehorende risico.
Daarmee verdwijnt de principiële reden om vrijwillige kredietrisico's te behandelen alsof ze risicoloos geld zijn. Bescherming kan dan worden gericht op de publieke betaalinfrastructuur zelf, niet op het rendement van private investeerders.
Een bank mag failliet gaan zonder dat het geld verdwijnt
Stel dat een kredietbank geld heeft aangetrokken en daarmee hypotheken en bedrijfsleningen heeft verstrekt. Het uitgeleende publieke geld is vervolgens uitgegeven aan verkopers, bouwers, werknemers en leveranciers. Het bevindt zich daarna op de publieke rekeningen van de ontvangers.
Gaat de bank failliet, dan verdwijnt dat geld niet. Ook gezonde leningen blijven bestaan. De vorderingen kunnen door een curator worden verkocht aan een andere instelling en kredietnemers blijven rente en aflossing betalen volgens hun contract.
Wat wel in waarde kan dalen, zijn private financiële claims op de bank. Aandeelhouders en geldverstrekkers dragen verliezen volgens hun positie en afspraken.
Economische schade kan nog steeds voorkomen. Maar het betalingsverkeer en de publieke geldvoorraad hoeven niet mee om te vallen. Daarmee wordt ook het argument om een kredietbank koste wat kost te redden aanzienlijk zwakker.
Structurele geldontwaarding hoeft geen normaal verschijnsel te zijn
De MA probeert niet iedere afzonderlijke prijs constant te houden. Een misoogst kan voedsel duurder maken, nieuwe technologie kan producten goedkoper maken en schaarste kan relatieve prijzen veranderen.
Het doel is iets anders: voorkomen dat de munteenheid zelf structureel en voorspelbaar steeds minder koopkracht vertegenwoordigt.
Wanneer algemene vraag langdurig te groot wordt ten opzichte van de beschikbare productie, moet de geldhoeveelheid worden afgeremd of verkleind. Wanneer de economie structureel meer kan voortbrengen zonder prijsdruk, kan juist ruimte ontstaan voor extra geld.
Stabiel geld verandert veel meer dan alleen banken
Sparen wordt weer bewaren
Bij aanhoudende inflatie verliest geld dat niets oplevert voortdurend koopkracht. Daardoor wordt iemand die geen risico wil nemen toch richting rendement geduwd. Bij langdurig stabiele geldwaarde hoeft €100.000 niet voortdurend méér dan €100.000 te worden om ongeveer dezelfde reële waarde te behouden.
Pensioenfondsen hoeven minder rendement na te jagen
Inflatie maakt toekomstige pensioenverplichtingen nominaal steeds groter. Bij 2% inflatie correspondeert €1 miljard koopkracht nu na dertig jaar met ongeveer €1,81 miljard. Bij stabielere geldwaarde neemt die inflatiegedreven noodzaak tot nominale vermogensgroei sterk af.
Pensioenfondsen moeten uiteraard nog steeds verstandig omgaan met levensverwachting, verplichtingen, rendement en risico. Maar rendement hoeft niet voortdurend eerst de geldontwaarding goed te maken.
Loonstijging hoeft niet ieder jaar koopkrachtverlies te repareren
Lonen kunnen blijven stijgen door productiviteit, schaarste, functieverandering of onderhandelingen over de verdeling van welvaart. Maar bij stabiele prijzen betekent een gelijkblijvend loon ook ongeveer gelijkblijvende koopkracht. Een jaarlijkse nominale stijging alleen om inflatie in te halen wordt dan veel minder noodzakelijk.
Groeien mag. Groeien hoeft niet.
BeterGeld maakt de stabiliteit van de geldvoorraad losser van voortdurende kredietgroei. Meer krediet hoeft niet automatisch meer geld te betekenen en minder krediet hoeft niet automatisch minder maatschappelijk betaalgeld te betekenen.
Daarmee ontstaat ruimte voor een economie die een periode kan groeien, stabiliseren of van samenstelling veranderen zonder dat het geldstelsel zelf voortdurende volumegroei voorschrijft.
Nieuwe ondernemingen, innovatie en hogere productiviteit blijven mogelijk. Maar als een samenleving op enig moment vindt dat extra fysieke of economische schaal meer nadelen dan voordelen heeft, hoeft monetair stabiliteitsbeleid niet automatisch te eisen dat de productie toch elk jaar verder toeneemt.
Stel dat een land twintig jaar lang niet groter wordt, maar wel stabiel, productief en welvarend blijft. Waarom zou het geldstelsel daar niet tegen kunnen?
Welvaart kan toenemen zonder dat méér BBP het doel is
BBP meet economische productie en transacties, maar niet rechtstreeks hoe prettig, gezond, veilig of vrij mensen leven. Een product dat langer meegaat kan meer welvaart bieden zonder meer verkoop. Betere zorg kan maatschappelijk waardevoller zijn dan extra consumptie. Technologische vooruitgang kan dezelfde productie mogelijk maken met minder arbeid.
Productiviteitswinst kan worden gebruikt voor meer productie, maar ook voor kortere werktijden, betere publieke voorzieningen of minder beslag op grondstoffen en ruimte.
Monetair maakt het niet uit of nieuwe reële welvaart ontstaat in private ondernemingen, in collectieve voorzieningen of in efficiëntere productie. De MA bewaakt de geldwaarde; de samenleving bepaalt wat zij belangrijk vindt.
De schaarste die telt is uiteindelijk reële schaarste
Een publiek geldstelsel schaft grenzen niet af. Er zijn maar zoveel verpleegkundigen, bouwers, machines, hectares grond, kilowatturen en uren in een dag.
Als een samenleving iets wil realiseren waarvoor de mensen, kennis en materialen niet bestaan, kan extra geld dat probleem niet oplossen. Dan ontstaat vooral extra concurrentie om schaarse capaciteit en dus prijsdruk.
Maar als de reële capaciteit wél beschikbaar is en de MA vaststelt dat er monetaire ruimte bestaat zonder de geldwaarde te ondermijnen, verandert de politieke vraag.
“Kunnen we het betalen?” maar vooral: “Hebben we de mensen en middelen, en willen we die hiervoor inzetten?”
Monetair
Bewaakt hoeveel geld past bij stabiele koopkracht.
Publieke prioriteiten
Bepaalt waar collectieve middelen en nieuwe monetaire ruimte voor worden gebruikt.
Private keuzes
Bepaalt private investeringen en krediet, met vrijwillig gedragen risico.
Zo worden monetaire macht, politieke keuze en privaat krediet van elkaar gescheiden. Geen van de drie krijgt alleen de macht over zowel geldcreatie als besteding.
De overgang moet zorgvuldig, controleerbaar en geleidelijk zijn
Bestaande betaaltegoeden
Op een transitiedatum kunnen gewone betaaldeposito’s één-op-één worden omgezet in publiek geld. Bestaande leningen blijven contractueel bestaan. Nieuwe leningen mogen vervolgens alleen worden verstrekt uit werkelijk aangetrokken middelen.
Afbouw van garanties
Het depositogarantiestelsel kan worden afgebouwd zodra burgers en bedrijven daadwerkelijk toegang hebben tot volledig publiek en risicoloos betaalgeld. Voor vrijwillige investerings- en kredietproducten geldt juist een duidelijke informatieplicht over mogelijk verlies.
Onafhankelijkheid én democratische controle
De MA mag geen politieke projecten kiezen. Omgekeerd mag de politiek niet onbeperkt geldcreatie afdwingen. Een helder mandaat, openbare gegevens, vaste benoemingstermijnen, parlementaire controle, onafhankelijke toetsing en transparante besluitvorming zijn daarom essentieel.
Wat het voorstel niet belooft
BeterGeld schaft oorlogen, schaarste, misoogsten, verkeerde investeringen, politieke conflicten of economische tegenvallers niet af. Het beoogt iets specifieker: voorkomen dat zulke problemen automatisch ook het maatschappelijke geld en betalingsverkeer ondermijnen.
De twee stelsels in één overzicht
| Onderwerp | Huidig stelsel | BeterGeld |
|---|---|---|
| Geldschepping | Vooral via commerciële kredietverlening | Uitsluitend door de publieke MA |
| Betaalrekening | Vordering op commerciële bank | Publiek geld op een bewaarrekening |
| Banklening | Kan nieuw giraal geld creëren | Verplaatst bestaand publiek geld |
| Risico bij bewaren | Bankrisico, deels afgedekt met vangnetten | Geen privaat kredietrisico |
| Rendement | Sparen en betalen lopen institutioneel door elkaar | Rendement vereist bewuste risicokeuze |
| Bankfaillissement | Kan geld- en betalingsstelsel raken | Treft private claims, niet het publieke geld zelf |
| Depositogarantie | Nodig om bankdeposito's te beschermen | Niet nodig voor publiek bewaargeld |
| Geldgroei | Sterk verweven met krediet en sentiment | Gericht op stabiele geldwaarde en productiecapaciteit |
| Eerste bestemming nieuw geld | Indirect via kredietkeuzes banken | Democratische keuze binnen monetaire ruimte |
| Economische groei | Sterk verweven met krediet- en balansdynamiek | Kan plaatsvinden, maar is geen monetair doel op zichzelf |
Niet méér geld.
Beter geld.
Geld waarvan de waarde niet afhankelijk hoeft te zijn van voortdurende private kredietverlening. Geld dat veilig kan worden bewaard zonder commerciële risico’s. Een financieel stelsel waarin rendement weer gepaard gaat met risico, waarin een bank kan failleren zonder dat ons maatschappelijke geld mee omvalt en waarin publieke monetaire ruimte zichtbaar en democratisch kan worden besteed.
Groei blijft mogelijk. Welvaart blijft mogelijk. Vooruitgang blijft mogelijk. Maar groei wordt een keuze.
Beknopte bronnen en aanknopingspunten
- Bank of England — Money creation in the modern economy, Quarterly Bulletin 2014 Q1.
- Europese Centrale Bank — informatie over monetaire aggregaten, bankgeld en het Eurosysteem.
- De Nederlandsche Bank — publieksvoorlichting over geldschepping, bankdeposito’s en depositogarantie.
- Wetenschappelijk en maatschappelijk debat over sovereign money, full-reserve banking en de scheiding van geld en krediet.
BeterGeld is een onafhankelijke discussiebijdrage. Het voorstel is bedoeld om de institutionele inrichting van geld, krediet en democratische zeggenschap opnieuw bespreekbaar te maken.