BeterGeld

Essay over geld, krediet en democratie

Een publiek
geldstelsel

Van private geldschepping naar democratisch beheerd geld

Geld is publieke infrastructuur. Krediet is een private risicoactiviteit. Waarom zijn die twee dan zo nauw met elkaar vervlochten — en hoe kan het anders?

01

De gemeenschap bepaalt wat geld is. Het recht om het te creëren is geen natuurrecht van banken.

Kernidee

Inleiding

De meeste mensen beschouwen geld als iets dat er eenvoudigweg is. Achter die vanzelfsprekendheid bevindt zich echter een institutioneel ontwerp waarin commerciële banken niet alleen bestaand geld doorgeven, maar bij kredietverlening ook nieuw giraal geld creëren.

Dat ontwerp is geen natuurwet. Het is een politieke en juridische keuze — en kan dus door een andere keuze worden vervangen. Dit essay legt eerst uit hoe het huidige geldstelsel functioneert. Daarna volgt een alternatief waarin uitsluitend een publieke Monetaire Autoriteit geld mag creëren. Banken blijven bestaan, maar moeten het geld dat zij uitlenen eerst werkelijk aantrekken.

01

Het bestaande systeem

Hoe banken geld creëren

Twee soorten euro’s

In het dagelijks gebruik is iedere euro gelijk. Boekhoudkundig bestaan er verschillende soorten. Contant geld is een verplichting van de centrale bank. Het saldo op een gewone bankrekening is een verplichting van een commerciële bank aan haar klant. Het overgrote deel van het geld dat huishoudens en ondernemingen gebruiken bestaat uit zulke commerciële bankdeposito’s.

Een banktegoed wordt als gelijkwaardig aan contant geld aanvaard doordat banken aan het betalingsstelsel deelnemen, onder toezicht staan en tegoeden één-op-één moeten kunnen omwisselen. Depositogarantie en centrale-banksteun versterken die gelijkwaardigheid. Een private bankschuld functioneert daardoor in het maatschappelijke verkeer als geld.

Een lening creëert een deposito

Wanneer een bank een hypotheek van €300.000 verstrekt, haalt zij normaliter niet eerst precies dat bedrag uit een kluis of van de spaarrekening van een andere klant. Zij boekt tegelijkertijd een vordering op de kredietnemer en een nieuw banktegoed. Dat tegoed kan onmiddellijk worden gebruikt om de woning te kopen. De girale geldhoeveelheid is daarmee toegenomen.

Bezitting bank+ €300.000Hypothecaire vordering
Verplichting bank+ €300.000Nieuw banktegoed

Dat betekent niet dat een bank zonder beperkingen gratis rijkdom kan creëren. Zij heeft kapitaal nodig, moet betalingen naar andere banken kunnen afwikkelen en loopt krediet- en liquiditeitsrisico. Het beslissende punt blijft dat de kredietverlening zelf nieuw, algemeen gebruikt betaalgeld voortbrengt.

Aflossing vernietigt het geschapen geld

Bij aflossing gebeurt het omgekeerde: het rekeningtegoed van de kredietnemer en de vordering van de bank nemen beide af. Het met de lening geschapen geld verdwijnt uit omloop. Rente is een betaling aan de bank en vormt een inkomensstroom naar de financiële sector. Voor zover banken dat inkomen weer uitgeven, keert het terug in de niet-bancaire economie.

De diepere afhankelijkheid blijft: als alle bancaire leningen in een zuiver kredietgeldmodel worden afgelost, verdwijnt vrijwel al het daarmee gecreëerde girale geld. Geld en schuld zijn structureel met elkaar verbonden.

Krediet bepaalt de eerste bestemming

Nieuw geld komt niet via een democratische begroting in omloop, maar waar banken voldoende rendement en zekerheid verwachten. Daardoor gaat een groot gedeelte naar hypotheken, vastgoed en andere activa met goed verkoopbaar onderpand. Bij vastgoed ontstaat een zichzelf versterkende kringloop: meer krediet vergroot de biedingsruimte, hogere prijzen verhogen de onderpandwaarde en die hogere onderpandwaarde maakt grotere leningen mogelijk.

Meer kredietMeer koopkrachtHogere prijzenMeer onderpand

Waarom het systeem complex en kwetsbaar wordt

Omdat private bankschulden maatschappelijk geld zijn, kan een bank niet als een gewone onderneming failliet gaan. Een ongecontroleerd faillissement kan betaaltegoeden, betalingsverkeer en kredietverlening tegelijk raken. Daarom is rond banken een omvangrijk stelsel gebouwd van depositogarantie, kapitaaleisen, liquiditeitsregels, noodsteun, resolutieregimes en centrale banken als laatste redmiddel.

Geldschepping op basis van sentiment

In optimistische tijden worden risico’s laag ingeschat, neemt de kredietverlening toe en groeit de hoeveelheid giraal geld. Als het sentiment omslaat, verstrekken banken minder nieuwe leningen terwijl bestaande leningen worden afgelost. Geldgroei valt dan stil of de geldhoeveelheid krimpt juist wanneer huishoudens en bedrijven liquiditeit nodig hebben. Het stelsel versterkt zo de economische cyclus.

02

Het alternatief

Publiek geld via een Monetaire Autoriteit

Geld als gemeenschapsafspraak

Geld is uiteindelijk een maatschappelijk erkende rekeneenheid en betaalafspraak. De gemeenschap kan wettelijk bepalen wat als euro geldt, wie nieuwe euro’s mag uitgeven en wanneer geld wordt toegevoegd of verwijderd. Daarvoor is het niet noodzakelijk dat nieuw geld eerst als rentedragende bankschuld ontstaat.

In het voorgestelde stelsel heeft uitsluitend een publieke Monetaire Autoriteit (MA) de bevoegdheid algemeen betaalgeld te creëren. Private geldschepping en quasi-geld zijn verboden. Gewone vorderingen, obligaties en kredietovereenkomsten blijven mogelijk, maar mogen zich niet voordoen als direct opeisbaar, nominaal gegarandeerd betaalgeld.

Mandaat en democratische taakverdeling

De MA heeft één primair monetair doel: de waarde van het geld zo constant mogelijk houden. Zij kiest geen politieke projecten, maar bepaalt hoeveel geld de economie kan opnemen zonder algemene prijsontwaarding of onnodige deflatie. De democratie beslist vervolgens waaraan die monetaire ruimte wordt besteed.

Monetaire Autoriteit

Bepaalt hoeveel geld wordt toegevoegd of verwijderd op basis van openbare maatstaven.

Democratie

Bepaalt waaraan nieuw geld wordt besteed en hoe een noodzakelijke onttrekking wordt verdeeld.

Hoe nieuw geld in omloop komt

Wanneer de MA vaststelt dat de geldhoeveelheid kan groeien, stelt zij het nieuwe geld zonder rentelast beschikbaar aan de democratische begroting. Het parlement kan het besteden aan zorg, ouderdomsvoorzieningen, onderwijs, woningen, infrastructuur, energievoorziening of andere gekozen doelen. Via lonen, leveranciers en voorzieningen komt het in omloop. Daarna kan hetzelfde geld voor alle normale transacties worden gebruikt.

Geld uit roulatie nemen

Een geloofwaardig publiek geldstelsel moet ook geld kunnen verwijderen wanneer de totale vraag structureel groter is dan de beschikbare productie. Dat kan via belastingen waarvan de opbrengst wordt vernietigd, tijdelijke monetaire heffingen, lagere netto publieke uitgaven of publieke spaarinstrumenten. De MA stelt de noodzakelijke correctie vast; de democratie kiest de verdelingswijze.

Banken worden kredietbemiddelaars

Banken blijven bestaan, maar kunnen uitsluitend uitlenen uit geld dat zij werkelijk hebben verkregen: eigen vermogen, vaste investeringsrekeningen, obligaties of aflossingen op eerdere leningen. Een nieuwe lening verplaatst bestaand publiek geld en verandert de geldhoeveelheid niet.

Veilig

Publieke betaalrekening

Bewaren en betalen met MA-geld. Niet uitleenbaar en niet afhankelijk van het voortbestaan van een bank.

Risicodragend

Investeringsrekening

Geld vrijwillig en voor een afgesproken termijn beschikbaar stellen. Rendement én verlies zijn privaat.

Een faillissement verandert de geldhoeveelheid niet

Als een investeerder via een bank €100.000 beschikbaar stelt aan een onderneming, besteedt die onderneming het geld aan machines, personeel en leveranciers. Gaat zij daarna failliet, dan is het geld nog steeds aanwezig bij de ontvangers. Wat waardeloos wordt, is de private vordering. De geldhoeveelheid verandert niet.

Ook rente wordt uit bestaand geld betaald. De kredietverstrekker ontvangt rendement als het goed gaat en draagt verlies als het misgaat. Er bestaat geen monetaire noodzaak om dat verlies af te wentelen op burgers die niet aan de transactie deelnamen. Depositogarantie en publieke compensatie voor vrijwillig kredietrisico verdwijnen.

03

Naast elkaar

De twee stelsels vergeleken

OnderwerpHuidig stelselStelsel met MA
GeldscheppingVooral bij commerciële kredietverleningUitsluitend door de publieke MA
OorsprongRentedragende private schuldRenteloze publieke uitgifte
Eerste bestemmingBanken kiezen op rendement en zekerheidDemocratie kiest maatschappelijke besteding
BankleningCreëert meestal nieuw giraal geldVerplaatst bestaand publiek geld
BetaalrekeningVordering op een commerciële bankRechtstreeks publiek geld
KredietverliesKan geld- en systeemstabiliteit rakenRaakt uitsluitend private risicodragers
BankfaillissementKan publieke interventie afdwingenGeen monetaire reddingsnoodzaak
GeldgroeiVolgt kredietvraag en sentimentVolgt koopkracht en productiecapaciteit
DepositogarantieNodig om bankgeld te beschermenOverbodig voor publiek betaalgeld
ComplexiteitGelaagde balansen en publieke vangnettenHeldere scheiding van geld en belegging

Transparantie en verantwoordelijkheid

In het huidige stelsel is nauwelijks zichtbaar dat een banksaldo een schuld van een private instelling is. De stabiliteit berust op toezicht, reserves, garanties en noodvoorzieningen. In het MA-stelsel is een euro op een betaalrekening publiek geld. Wie geld voor krediet beschikbaar stelt, bezit een belegging met expliciet risico. De boekhouding van banken bepaalt niet langer hoeveel geld de samenleving bezit.

Minder boom en bust

In het huidige stelsel kan optimisme direct worden omgezet in meer krediet én meer geld. Dat versterkt stijgende vastgoed- en effectenprijzen. In het MA-stelsel moet iedere lening uit bestaand geld worden gefinancierd. Meer kredietvraag vergroot niet automatisch de geldhoeveelheid. Investeerders moeten daadwerkelijk besluiten geld en risico beschikbaar te stellen. Dat begrenst hefboomwerking en maakt risico zichtbaarder.

De bestemming van nieuw geld

In het huidige systeem hebben private kredietbeoordelaars grote invloed op de eerste bestemming van nieuw geld. Wie bestaand vermogen en onderpand bezit, kan gemakkelijker nieuwe koopkracht verkrijgen. In het MA-stelsel wordt de eerste bestemming een zichtbare, democratische keuze. De gemeenschap kan nieuw geld rechtstreeks inzetten voor publieke voorzieningen en productieve capaciteit.

De financiële sector wordt weer dienstverlener

Zonder de mogelijkheid goedkope, geldachtige verplichtingen uit te geven, wordt financiële hefboomwerking duurder en beperkter. Banken moeten investeerders overtuigen werkelijk risico te dragen. Dat leidt waarschijnlijk tot kleinere balansen, minder gelaagde constructies en minder handel die uitsluitend rendabel is dankzij goedkoop gecreëerd krediet.

04

Van theorie naar praktijk

Overgang en institutionele waarborgen

Omzetting van bestaande tegoeden

Op een transitiedatum worden gewone betaaldeposito’s één-op-één omgezet in publiek MA-geld. Burgers behouden hun volledige nominale saldo, maar het staat daarna niet langer als risicodragende bankschuld in het geldstelsel. Bestaande leningen blijven contractueel bestaan. Tijdelijke overgangsfinanciering kan geleidelijk aflopen naarmate oude leningen worden afgelost. Nieuwe leningen mogen uitsluitend uit werkelijk aangetrokken geld komen.

Afbouw van garanties

Het depositogarantiestelsel kan verdwijnen zodra betaaltegoeden volledig publiek geld zijn. Voor investeringsrekeningen geldt geen garantie. Deelnemers moeten vooraf ondubbelzinnig weten dat verlies mogelijk is. Compensatie achteraf zou de scheiding opnieuw ondermijnen.

Onafhankelijkheid én democratische controle

De MA mag niet zelfstandig politieke voorkeuren financieren. Omgekeerd mag een parlement niet onbeperkt geld laten creëren. Daarom bepaalt de MA de monetaire ruimte volgens een helder mandaat en openbare gegevens; de democratie verdeelt die ruimte. Rekenkamer, rechter en parlement controleren de werkwijze en benoemingen vinden plaats voor vaste, gespreide termijnen.

Wat het voorstel niet belooft

Een publiek geldstelsel schaft schaarste, menselijke fouten en politieke conflicten niet af. Er blijven verkeerde investeringen, oorlogen, grondstoffenschokken, misoogsten en technologische ontwrichtingen. De winst is specifieker: zulke gebeurtenissen hoeven niet automatisch het maatschappelijke betaalgeld en betalingsverkeer te bedreigen. De koppeling tussen kredietsentiment, geldschepping, onderpandprijzen en publieke reddingsoperaties wordt verbroken.

05

Conclusie

Geld terug naar de gemeenschap

Het huidige geldstelsel maakt private kredietverlening tot bron van maatschappelijk geld. Daardoor krijgen banken grote invloed op de omvang en eerste bestemming van de geldhoeveelheid. Dezelfde constructie maakt hun risico’s systemisch.

Het alternatief kiest een andere grondregel. Alleen de democratische gemeenschap mag algemeen betaalgeld creëren. De MA bewaakt hoeveel geld nodig is om de koopkracht stabiel te houden; de democratie bepaalt waaraan nieuwe monetaire ruimte wordt besteed. Banken lenen uitsluitend bestaand geld uit en investeerders dragen vrijwillig het volledige kredietrisico.

Daarmee wordt geld niet langer afhankelijk van groeiende private schuld. Een bankfaillissement vernietigt geen maatschappelijk betaalgeld. Kredietverliezen blijven bij bank, aandeelhouder en investeerder. De financiële sector wordt teruggebracht van medebestuurder van de geldhoeveelheid tot dienstverlener in krediet en belegging.

De slotstelling

Geld is een publiek gemeenschapsgoed.
Krediet is een private risicoactiviteit.

Beknopte bronnen en verdere lezing

  • Bank of England, Money creation in the modern economy (Quarterly Bulletin 2014 Q1).
  • Europese Centrale Bank, Monetary aggregates.
  • De Nederlandsche Bank, publieksvoorlichting over geldschepping.
  • Wetenschappelijk en maatschappelijk debat over sovereign money, full-reserve banking en de scheiding van geld en krediet.